Sint-Brigida-Denhalen

In 1634 beloofden onze voorouders aan Sint-Brigida ieder jaar een den te zullen halen en te planten, als de veeziekte die Noorbeek en omgeving teisterde zou verdwijnen. De veeziekte verdwijnt en het vee wordt gespaard en zo wordt er al bijna 400 jaar lang door de inwoners van Noorbeek vol trouw aan deze belofte voldaan. Ter ere van hun beschermvrouwe, de patrones van vee en parochie, “ter iere van Sint Briej”.

“De jaarlijkse St Brigidaboomplanting te Noorbeek is voor en boven alles het feest van het boerenpaard…

Het meest spectaculaire, zinrijke en inhoudsvolle paardenfestijn dat in Nederland geboden wordt”. 

- D.J. Van der Ven

Folklorist, 1964

In 2014 is het Sint-Brigida-Denhalen in Noorbeek geplaatst op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed Nederland van UNESCO. Als Jonkheid zijn wij vanzelfsprekend erg trots op deze erkenning. Wij hopen dat onze prachtige traditie, met steun van de Nationale Inventaris, nog vele jaren mag voortbestaan.

De voorbereidingen

De voorbereidingen voor het Sint-Brigida-Denhalen beginnen rond carnaval, wanneer het bestuur van de Jonkheid zijn eerste vergadering van het jaar houdt. In de hierop volgende weken moet er veel werk worden verzet om op de tweede zaterdag na Pasen een nieuwe Sint-Brigida-den naar Noorbeek te kunnen halen.

Zo moeten alle paardeneigenaren van de ongeveer 25 paarden die met Denhalen meelopen benaderd worden, moet het getuig worden onderhouden en gepast, en moet een nieuwe den is het bos worden uitgezocht. Vanaf halfvasten beginnen de bestuursleden van de Jonkheid met de lotenverkoop voor de oude den. De verloting van deze oude den vindt plaats voorgaand aan de jaarvergadering op paasmaandag.

Nadat de verloting heeft plaatsgevonden en de winnaar van de oude den bekend is gemaakt, vertrekt de Jonkheid naar de jaarvergadering. Tijdens de jaarvergadering wordt er terug gekeken op het afgelopen jaar, wordt er vooruit gekeken naar het komende jaar en vind de bestuursverkiezing plaats. Na afloop van de jaarvergadering vindt ook de verdeling van de paarden onder de leden plaats.

Na de jaarvergadering zetten bestuur en leden van de Jonkheid allemaal een tandje bij. In de laatste twee weken voor Denhalen worden de kransen gemaakt, het getuig gepoetst en worden de bijlen waarmee de den gekapt wordt geslepen. De vrijdag voor Denhalen wordt het dorp in gereedheid gebracht voor de volgende dag, de verkeersborden en omleidingsroutes worden uitgezet, de kapperskar en dennenwagen worden geladen en hierna wordt de dennenwagen wordt naar de Pley gebracht. Als laatste wordt rond de klok van 19.00 uur de dennenwagen “gevrègeld” en is alles klaar voor vertrek. 

De tweede zaterdag na Pasen

Het vallen van de oude den

Het vallen van de oude den

Elk jaar loopt Noorbeek en omstreken op de tweede zaterdag na Pasen uit om het halen en “hèven” van de nieuwe Sint-Brigida-Den mee te maken. De dag begint om 6.00 uur op de Pley, waar de oude den wordt uitgegraven en verwijderd. Eerst wordt de den verankerd aan de kapel, waarna de betonnen platen worden verwijderd en het uitgraven kan beginnen. Tijdens het uitgraven wordt er door een aantal leden van de Jonkheid kamer geschoten als teken dat Denhalen begonnen is. Nadere informatie over het kamerschieten vindt u hier.

Zodra de den dan voldoende is uitgegraven, wordt hij weer losgemaakt van de kapel. Een simpel duwtje is genoeg om de den om te laten vallen. Met een doffe klap komt de den vervolgens neer. De enige dag van het jaar dat er geen den voor de Sint-Brigida-kapel staat, is begonnen!

Het kappen van de nieuwe Sint-Brigida-Den

Rond de klok van 8.00 uur vertrekt een deel van de Jonkheid, waaronder de kapitein, samen met pastoor Tervoort en een of meerdere afgevaardigde(n) van de gemeente naar het bos waar de nieuwe den wordt gekapt. Daar aangekomen klimt een boomchirurg in de den om op hoogte een touw te bevestigen. Hiermee kan bij het neervallen de richting van de den worden gestuurd. Terwijl hij omhoog klimt, verwijdert de boomchirurg ook alle takken, zodat alleen de top van de den behouden blijft.

Vervolgens wordt er gebeden voor een goed verloop van de dag en zegent Pastoor Tervoort de den. Daarna is het de taak aan Pastoor en de afgevaardigde(n) van de gemeente om de eerste slagen te verrichten. Hierna wordt het kappen overgenomen door leden van de Jonkheid. De fles jenever die is gekregen van de winnaar van de oude den, wordt gebruikt om de kelen van de kappers te smeren.

Na ongeveer een uur kappen stort de den onder luid gekraak en geraas ter aarde. Eerst wordt gecontroleerd of de den bij de val nergens is gebroken. Vervolgens wordt de den gemeten en ontdaan van de paar takken (buiten de takken in de kop van de den) die nog aan de den zitten. De lengte van de den is meestal rond de 30 meter. Vervolgens wordt de den met een tractor naar het het Rode Bos bij Remersdaal vervoerd.

Het kappen van de den door Jean Bastings en Arno Gubbels
Het vertrek vanuit Noorbeek in de ochtend

Het vertrek vanuit Noorbeek

Terwijl de leden van de Jonkheid in het bos bezig zijn met het kappen van de Den, wordt er in Noorbeek zeker niet stilgezeten. Vanuit alle windstreken komen trekpaarden het dorp binnen, en de overige leden van de Jonkheid staan klaar om de paarden te verzorgen en op te tuigen. Naast het standaard getuig, bestaande uit de haam, het kopstuk, de buikriem en het trekzeil, hebben de leden van de Jonkheid voor ieder paard een kleurrijke krans van crêpepapier gemaakt.

Zodra alle paarden zijn opgetuigd, worden ze ingespannen en wordt alles klaargemaakt voor vertrek richting het Rode Bos. Rond 10.00 uur blaast een bestuurslid van de Jonkheid dat is aangewezen als “hulp-kapitein” op de koperen toeter, ook wel “trùt” genoemd, en zet de stoet van 20 tot 25 paarden zich in beweging.

Na ongeveer 200 meter lopen wordt er gestopt bij het huis van de voormalige smidse Hodiamont om de wielen van de wagen te smeren. De kleinzoon van de vroegere smid, Thierry Hodiamont, neemt deze taak al enkele jaren op zich, sinds zijn vader Peter het stokje aan hem heeft overgedragen. Nadat het smeren van de wielen heeft plaatsgevonden, vertrekt men echt richting het Rode Bos.

Als alles volgens plan verloopt, wordt het Rode Bos rond het middaguur bereikt. 

Het laden van de den in het Rode Bos in Remersdaal

In het bos bij Remersdaal

Wanneer beide groepen van de Jonkheid in het Rode Bos zijn aangekomen, wordt er een middagpauze ingelast. Onder het genot van een broodje worst genieten de leden van de Jonkheid én de paarden van hun welverdiende rust. De paarden krijgen hooi en water, maar voor de Jonkheid duurt de pauze niet al te lang.

Na de lunch wordt er begonnen met het laden van de den op de dennenwagen. Hiervoor worden “sjtiepen”, rondhouten die met een ketting aan elkaar gekoppeld zijn en voorzien zijn van dwarshouten, gebruikt. Met deze “sjtiepen” wordt de den beetje bij beetje hoger opgetild totdat de dennenwagen er precies onder kan worden geschoven.

Vervolgens wordt de den stevig met kettingen vastgelegd op de dennenwagen. Daarna worden de paarden weer ingespannen, en als de kapitein van de Jonkheid op de “trùt” blaast zet de stoet met paarden, nu mét de nieuwe den, zich weer in beweging.

De bocht wordt gemaakt op Hoogcruts

De terugreis naar Noorbeek

De terugreis naar Noorbeek wordt meerdere keren onderbroken voor een bezoek aan de verschillende horecagelegenheden langs de route. Op Schilberg, op de plek waar vroeger Café Schilberg lag, stopt de stoet voor de eerste keer. Hier krijgen de paarden voor de laatste keer water, en de inwoners van Schilberg trakteren de leden van de Jonkheid op een kop warme soep.

Vervolgens stopt de stoet bij Café Offermans op Hoogcruts. Hier worden de laatste versieringen, in de vorm van rozen of slingers gemaakt van crêpepapier, door de leden van de Jonkheid aangebracht.

Aankomst in Noorbeek

Onder het gezang van het lied: “Hève, hève, hève, loate vur nog uns hève, ter iere van Sint Briej” nadert de Jonkheid rond 18.30 uur de bebouwde kom van Noorbeek. Bij de plaatsnaamborden staan al veel dorpsbewoners te wachten om de prachtige stoet het dorp te zien binnenkomen. In Noorbeek wordt er nog gestopt bij Eetcafé Tinus in de Bovenstraat en Restaurant Du Nord in de Dorpstraat.

 

Dit is voor velen de gelegenheid om foto’s te maken met de paarden en de den voor de eerste keer goed te bekijken. Voor velen is dit hét moment om foto’s te maken met de paarden en de nieuwe den van dichtbij te bewonderen. Ook voor de leden van de Jonkheid is er de dan de mogelijkheid om even bij te praten met ouders en familie, en met hun paard op de foto te gaan. Veel van die foto’s zullen het komende jaar met trots worden gebruikt als profielfoto op sociale media.

Aankomst van de paardenstoet in Noorbeek
De laatste meters van het karrenpaard

Aankomst op de Pley

Nadat de avondmis is afgelopen, komt de Jonkheid rond 20.00 uur aan op de Pley. Op het moment dat de Jonkheid met de paarden en de den de Pley op lopen beginnen de klokken van de Sint-Brigida-kerk te luiden en maken de toeschouwers de weg vrij voor de stoet. Op de Pley wordt nog één keer gestopt. De paarden worden losgekoppeld van de dennenwagen, waarna alle dieren een laatste ereronde rond de kerk maken. Alleen het karrenpaard blijft achter met de dennenwagen en de nieuwe den om deze de laatste meters over de Pley richting de kapel te trekken.

Zodra de overige paarden hun ronde hebben voltooid en opnieuw over de Pley komen, worden ze door het publiek luid toegejuicht en warm onthaald met applaus.

Als alle paarden gepasseerd zijn, gaat alle aandacht naar het karrenpaard aan de andere kant van de Pley. Na een laatste inspectie door de kapitein wordt het sein gegeven dat er vertrokken kan worden. Het karrenpaard trekt de dennenwagen, met de den en een aantal (stoppende) leden van de Jonkheid, in beweging. Wanneer de Den bij de kapel is aangekomen, blaast de kapitein voor de laatste keer op zijn “trùt”. De taak van de Jonkheid is volbracht. Ten slotte wordt afscheid genomen van de stoppende Jonkheidsleden door hen te jonassen, een traditie die het einde van hun Jonkheidstijd markeert.

Het rechtzetten van de den

Het rechtzetten van de nieuwe den

Vervolgens begint de taak van de getrouwde mannen. Alle mannen proberen een plaats aan de “sjtiepen” te bemachtigen, het “hèven” van de nieuwe Sint Brigida den kan beginnen. Onder leiding van de commandanten (Luc Gubbels, Ron Moonen en Olaf Pasmans) worden de “sjtiepen” om de beurt verplaatst en opgetild, op dezelfde manier als waarmee de Jonkheid de den eerder op de dennenwagen heeft gekregen. Er wordt ook regelmatig gepauzeerd voor een drankje. Naarmate de avond vordert, komt de den steeds hoger te staan, wordt het gat waarin hij komt te staan met zand aangevuld en worden de betonnen platen die in de vroege ochtend zijn verwijderd een voor een weer teruggeplaatst.

Als de den uiteindelijk rond 00.00 uur weer recht voor de Sint-Brigida-kapel en kerk staat, is de taak van zowel de Jonkheid als de getrouwde mannen volbracht, er staat weer een nieuwe Sint-Brigida-den.

Er zal geen inwoner van Noorbeek zijn die op de zondagochtend niet even een blik werpt op de nieuwe trots van het dorp: 

 

de nieuwe Sint-Brigida-den.